Gevolgen besluit burgemeester
Voor de verhuurder
Wanneer een woning ongeschikt en/of onbewoonbaar wordt verklaard, wordt de woning opgenomen in zowel de gemeentelijke als de gewestelijke Inventaris. Dit geeft aanleiding tot een onmiddellijke gemeentelijke verkrottingsheffing van minstens 1.500 euro en kan ook aanleiding geven tot een gewestelijke heffing.
Bij een ongeschiktverklaring mag de zittende huurder in de woning blijven wonen. Indien hij echter het pand verlaat, dan mag de verhuurder het pand slechts opnieuw verhuren nadat het besluit burgemeester werd opgeheven. Een besluit burgemeester kan pas worden opgeheven nadat een onderzoek heeft uitgewezen dat het pand opnieuw voldoet aan de minimale kwaliteitseisen. Indien hij toch overgaat toch herverhuring, dan is de verhuurder strafrechtelijk vervolgbaar.
Bij een onbewoonbaarverklaring dient de huurder pand tegen een vastgestelde datum te verlaten.
Voor de huurder
Ook voor de huurder heeft een besluit burgemeester gevolgen. Zo dient hij bij een onbewoonbaarverklaring van de woning het pand zo snel mogelijk te verlaten. Slechts uiterst zelden verkrijgt hij voorrang bij het toewijzen van een sociale woning. Onder bepaalde voorwaarden kan de huurder een beroep doen op een
huursubsidie en installatiepremie als hij naar een conforme en voldoende ruime woning verhuist.