gemeentelijk kerkhof - begraafplaats

Interne zaken ›› burgerzaken ››
Parent Previous Next

POLITIEREGLEMENT OP HET GEMEENTELIJK KERKHOF


I. Begrafenissen :

Artikel 1

De kerkhoven van Middelkerke zijn bestemd voor het ter aarde bestellen van :

a) personen overleden op het grondgebied van de gemeente.

b) personen ingeschreven in de bevolkings- en vreemdelingenregister van de gemeente

en buiten haar grondgebied overleden.

c) personen die een grafconcessie bekomen.

Artikel 2

De ter aardebestelling in gewone grond geschiedt in doorlopende volgorde, in de

parken door de burgemeester aangeduid.

Artikel 3

Geen begrafenis mag geschieden, tenzij na vertoon der schriftelijke toelating, verleend door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand.

De toelating is steeds vereist, zelfs voor de doodgeboren. De toelating vermeldt de juiste identiteit van de overledene met dag en uur waarop de begrafenis is gemachtigd.

Artikel 4

De personen, wonende en overleden in de gemeente mogen op geen ander kerkhof dan deze van de gemeente worden begraven, tenzij mits schriftelijke machtiging van de Burgemeester. De lijken, eerst op een van de kerkhoven van de gemeente begraven, mogen niet overgebracht worden naar het kerkhof van een andere gemeente, tenzij mits schriftelijke toelating van de Burgemeester en onverminderd hetgeen bepaald is in de artikelen 27 tot 32 betrekking tot de ontgravingen.

Artikel 5

De burgemeester bepaalt de verdeling van het kerkhof, geeft de volgorde van de grafplaatsen, derwijze, dat de godsdienstige of wijsgerige gevoelens der naastbestaanden geëerbiedigd worden en bepaalt welke percelen bestemd zijn voor :

a) begravingen in gewone grond

b) grafconcessies met een grafkelder

c) grafconcessies zonder grafkelder

Artikel 6

Door de dienst van de Burgerlijke Stand op het gemeentehuis wordt een register der teraardebestellingen en van het plan der begraafplaatsen bijgehouden.

Artikel 7

De begrafenissen geschieden elk in een afzonderlijk graf.

De graven zijn 1 meter breed op 2,50 m lengte, zonder onderlinge tussenruimte.

Artikel 8

De as, voortkomende van lijkenverbranding wordt ofwel :

a) op dezelfde wijze ter aarde besteld als niet veraste lijken

b) uitgestrooid op een daartoe bestemde strooiweide

c) bijgezet in het columbarium.

Artikel 9

Geen lijk mag begraven worden tenzij de kist voorzien is van een loden plaat, vermeldende het volgnummer der begrafenis van het register der teraardebestellingen.

II. Lijkenvervoer:

Artikel 10

De families hebben de volledige vrije keus van aannemer van lijkenvervoer, mits deze zich stipt gedraagt naar de bepalingen van onderhavig reglement.

Artikel 11

Het is verboden twee of meer lijken tegelijk met eenzelfde lijkkoets te vervoeren, tenzij, in geval van ramp of besmettelijke ziekte. De Burgemeester verleent hiertoe machtiging.

Artikel 12

In het belang van de openbare veiligheid of gezondheid, mag de burgemeester altijd bevelen dat de lijken rechtstreeks van het sterfhuis naar het kerkhof vervoerd worden.

Artikel 13

De lijkkisten mogen slechts na wettige vaststelling van het overlijden gesloten worden.

Artikel 14

Tijdens het vervoer worden de lijkkisten overdekt en aan het zicht van het publiek onttrokken.

Artikel 15

Het is aan de bestuurders van de lijkwagen verboden stil te houden, de lijkkoets te verlaten of gelijk welke daad te plegen die met de eerbied aan de dode verschuldigd, niet strookt.

Artikel 16

Het is verboden aan alle arduin- en marmerbewerkers, kistenmakers, rijtuigvervoerders of verhuurders, aan hun bedienden of makelaars en aan alle personen die zich bezighouden met een handel die betrekking heeft met de begravingen, te staan op het kerkhof of in het gemeentehuis, om er hun diensten aan te bieden, ofwel om er enig reclame ter hunner voordeel te maken.

Artikel 17

De ter aardebestelling geschiedt onmiddellijk na aankomst van de lijkkoets, tenzij bij gebeurlijke wettelijke beletselen.

Het personeel van het lijkenvervoer moet aanwezig blijven tot na de voltrekking der begrafenis.

III. Grondvergunningen :

Artikel 18

De vergunningshouder is ertoe gehouden binnen de twee maanden na de dagtekening van de vergunning een grafkelder te plaatsen op de vergunde grond, voor de concessies waar het plaatsen van een kelder verplicht is.

De in de vergunde grond geplaatste kelder mag dienen voor een, twee of drie personen met dien verstande dat de overledenen boven elkaar geborgen worden mits behoorlijke scheiding in beton of metselwerk.

De geplaatste kelder moet echter steeds zodanig geplaatst worden dat de bovenkant niet boven de begane grond uitsteekt.

Artikel 19

De grafkelders en gedenktekens moeten geplaatst worden volgens de richtlijnen van de burgemeester. Zij mogen noch een anders recht, noch de openbare veiligheid hinderen. Indien de belanghebbende zich dienaangaande niet onmiddellijk gedragen naar de bevelen van de gemeenteoverheid, zal de burgemeester gerechtigd zijn de wijzigingen of herstellingen op de kosten van de vergunningshouders te laten uitvoeren.

Artikel 20

De vergunningen op het gemeentelijk kerkhof geven aan de vergunningshouder geen wezenlijk recht van eigendom, doch slechts een recht van genot en gebruik, met bijzondere vaste bestemming.

Artikel 21

De vergunningen worden toegestaan door het Schepencollege in toepassing van art. 6 van de wet van 20.07.1971.

Zij worden gegeven voor :

Wanneer daartoe een aanvraag wordt ingediend voor het verstrijken van de lopende termijn kan de concessie telkens hernieuwd worden voor een nieuwe duur van 40 of 20 jaar, met toepassing van het tarief, zoals vastgesteld in afzonderlijke beslissing.

Artikel 22

Het vergunningscontract kan alleen door het schepencollege verbroken worden op aanvraag van de vergunningshouder. Dit contract moet o.m. volgende bepalingen bevatten

de tekst van art. 18 van onderhavig politiereglement.

2° de verkrijger verklaart zich volledig te schikken naar het algemeen gemeentelijk politiereglement ter zake.

Artikel 23

De vergunde grond kan teruggenomen worden indien het openbaar belang of de noodzakelijkheid van dienst zulks vereisen. In dit geval wordt de vergunningshouder een nieuwe plaats aangewezen van dezelfde oppervlakte. Het ontgraven en overbrengen der lijken valt ten laste van de gemeente. Het verplaatsen van het gedenkteken en gebeurlijk bouwen of verplaatsen van een grafkelder vallen ten laste van de vergunningshouder.

Indien deze of zijn rechthebbenden niet gevonden worden geschiedt de verplaatsing op kosten van de gemeente.

IV. Gedenktekens op grafstenen :

Artikel 24

De families der overledenen mogen een gedenkteken op de rustplaats van de overledene aanbrengen. Geen metselwerk mag uitgevoerd worden in onvergunde grond.

Artikel 25

De vergunningshouders of hun rechthebbenden mogen op de vergunde grond grafkelders en gedenktekens plaatsen. Ze zijn verplicht hiervan aangifte te doen bij de Burgemeester voor de aanvang der werken, ten einde door de gemeentediensten de lijnrichting te laten aangeven en te kunnen vermijden dat de voorgenomen werken de vergunde grond te buiten gaan of hinder of gevaar opleveren.

Artikel 26

Tijdens de periode van Allerheiligen is het toegelaten bloemen te plaatsen voor of op de grafruimten. Deze bloemen, samen met eventueel bijbehorende potten of bakken, dienen verwijderd uiterlijk 1 maand na Allerheiligen, zo niet kunnen ze ambtshalve weggenomen worden en zijn eigendom van de gemeente.

V. Ontgravingen :

Artikel 27

De ontgravingen op het kerkhof, buiten die welke door de Rechterlijke Overheid bevolen worden, kunnen op schriftelijke aanvraag van belanghebbenden, door de Burgemeester toegelaten worden, mits betaling van de taks bepaald bij afzonderlijke taksverordening. Deze aanvraag moet gericht worden aan de burgemeester. In deze aanvraag is te vermelden de naam, voornaam en overlijdensdatum van het te ontgraven stoffelijk overschot, evenals de plaats (blok en nummer) van het te ontgraven stoffelijk overschot. Zo nodig zullen de belanghebbenden de onkosten afdragen van een nieuwe lijkkist.

Artikel 28

De ontgraving zal geschieden door de zorgen van het gemeentebestuur op kosten van de belanghebbende. Alle terugaanvulling en herstellingen in de oorspronkelijke toestand, komen volledig ten laste van de belanghebbende op zijn verantwoordelijkheid. De gemeentelijke diensten zullen door belanghebbende verwittigd worden van datum en uur van ontgraving opdat de verantwoordelijke van de gemeente het nodige toezicht zou kunnen houden.

Artikel 29

De Burgemeester kan de toelating tot ontgraven weigeren of bijzondere maatregelen voorschrijven, indien de overledene bezweken is aan een besmettelijke of epidemische ziekte.

Artikel 30

Wanneer een lijk ontgraven wordt om naar een andere begraafplaats te worden overgebracht, moet het vervoerd worden in een hermetisch gesloten metalen hulsel of waterdichte houten kist.

[Artikel 31

Ontgravingen aangevraagd door familie van de overledene zullen slechts ingewilligd worden minder dan 2 maand en meer dan 7 jaar na overlijdensdatum in volle grond en meer dan 10 jaar na overlijdensdatum voor overledenen bijgezet in grafkelders waarvan de vakken zijn dichtgemetseld, behalve op bevel van de rechtelijke overheid. (gewijz. GR. 12/09/1996 (11))]

[Artikel 31 bis

De asurne van een overleden persoon die wordt bijgezet in een onvergunde nis in het columbarium zal 7 jaar na datum van bijzetting uitgestrooid worden op de strooiweide. De familieleden zullen hiervan op de hoogte gesteld worden en krijgen de mogelijkheid om een element in het columbarium aan te kopen. (ingevoegd GR. 31/07/1996 (10))]

Artikel 32

Bij het aangeven van de overlijdens, zal de familie van de overledene in kennis gesteld worden van bovenstaande en hem zal aangemaand worden het eventueel aanvragen van een grondvergunning onmiddellijk of in elk geval voor twee maanden na de overlijdensdag te doen.

VI. Het kerkhof :

Artikel 33

De kerkhoven zijn toegankelijk voor het publiek :

De zon- en feestdagen van 8 uur tot 1 7 uur.

Tussen 12 en 14 uur is het kerkhof gesloten en wordt er alle werk stopgezet. De Burgemeester kan afwijking hierop toestaan.

Artikel 34

De toegang tot het kerkhof is verboden aan personen in staat van dronkenschap, aan kinderen die niet vergezeld zijn van volwassen personen.

Er worden geen dieren toegelaten, uitgenomen de honden die dienen tot gids of trekdier van minder-valide personen.

Artikel 35

Het is verboden :

1° de muren en omheiningen der begraafplaatsen, evenals de omheiningen der graven, de grafstenen en gedenktekens te beklimmen.

2° Merken of insnijdingen aan te brengen aan de bomen, Bloemen af te rukken of af te snijden.

3° Bomen te snoeien, gras te maaien, of struikgewas af te kappen, zonder toelating van de burgemeester.

4° De gedenktekens, omheiningen of andere voorwerpen, die de graven versieren te beschadigen.

5° De graven, de gras- en bloemparken te betreden.

6° Schade te berokkenen aan de lanen en wegen.

7° Afval, papier of andere voorwerpen binnen de omheining der begraafplaatsen weg te gooien, tenzij in daartoe bestaande korven.

8° Er handelingen te begaan in strijd met de welvoeglijkheid.

9° Te zingen of muziek te maken zonder toelating van de burgemeester.

10° Te spelen en te roken.

11° Plakbrieven, borden, geschriften of andere publiciteitstekens aan te brengen, zowel binnen de begraafplaatsen als op de poorten en muren.

12° Voorwerpen te venten, ten toon te stellen of te verkopen.

13° Op gelijk welke wijze de doorgang van een lijkstoet te belemmeren.

14° Zonder toelating van de burgemeester om het even welk voorwerp dat zich op de begraafplaatsen bevindt, weg te nemen of te verplaatsen.

Artikel 36

Er worden geen voertuigen op de begraafplaatsen toegelaten. Steenblokken en zware materialen dienen buiten de begraafplaats afgeladen te worden en mogen slechts binnengebracht worden op een niet bespaken blokwagen, rijdende op battens of metalen platen. De voerders of de werklieden welke voor het plaatsen van de materialen moeten zorgen, of hun lastgevers, zijn verantwoordelijk voor elke schade aan de wegenis of aan de graven op het kerkhof aangebracht.

Artikel 37

Niemand mag op de kerkhoven aan bezoekers of aan personen die een lijkkoets vergezellen, diensten aanbieden.

Artikel 38

De personen die zich niet gedragen met de eerbied aan de overledene verschuldigd, of die een der bepalingen van hierbovenstaand reglement overtreden, zullen van het kerkhof verwijderd worden, onverminderd de rechterlijke vervolgingen.

Artikel 39

Plechtigheden, niet overeenstemmend met de gewone lijkplechtigheden zijn verboden binnen de omheining van het kerkhof.

Artikel 40

Behalve de toelating in geval van hoogdringendheid, door de burgemeester, is alle werk verboden op het kerkhof, op zon- en feestdagen.

Artikel 41

Alle werken op het kerkhof moeten zonder onderbreking en in de kortst mogelijke tijd uitgevoerd worden. Alle materialen moeten bewerkt worden en gereed gebracht zijn alvorens ze op het kerkhof worden aangebracht. Geen werken mogen er uitgevoerd worden welke voorafgaandelijk op een andere plaats konden geschieden.

Geen materialen mogen op het kerkhof worden aangebracht of opgestapeld tenzij voor onmiddellijk gebruik. Bij het plaatsen van een grafkelder dient de overtollige aarde, voortkomende van de ontgraving, door de aannemer meegevoerd, buiten het kerkhof.

Artikel 42

Voor het uitvoeren van gelijk welk werk, het plaatsen of wijzigen van gelijk welk grafteken, het aanbrengen of verwijderen van materialen, moet de burgemeester voorafgaandelijk in kennis gesteld worden.

Artikel 43

De gemeente is niet aansprakelijk voor diefstallen op het kerkhof ten nadele van families van overledenen of ten nadele van families van overledenen of ten nadele van aannemers.

VII. Strafbepalinqen :

Artikel 44

De overtreders van onderhavig reglement worden met politiestraffen gestraft, onverminderd de andere strafmaatregelen bij de wetten voorzien.

Artikel 45

De ouders zijn burgerlijk verantwoordelijk voor de inbreuken op het tegenwoordig reglement gepleegd door hun kinderen. De werkgevers voor de inbreuken gepleegd door hun werklieden of hun aangestelden.

VIII. Slotbepalinqen :

Artikel 46

Al de bestaande reglementen betrekkelijk onderhavig reglement getroffen door de vorige gemeenteraden van Westende, Leffinge, Middelkerke, Spermalie en Wilskerke worden ingetrokken.

Artikel 47

Dit politiereglement wordt van kracht zodra het bekendgemaakt is overeenkomstig de bepalingen van art. 102 van de gemeentewet.

Artikel 48

Een afschrift, in tweevoud, zal binnen 48 uur aan de Bestendige Deputatie van de Provinciale Raad overgemaakt worden voor kennisgeving.

Artikel 49.

Andere eensluidende afschriften van dit reglement zullen gezonden worden aan de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg, de ambtenaar van het openbaar ministerie bij de politierechtbank, de griffiers van de rechtbank van eerste aanleg en van het vredegerecht.