Vogelgriep in de Westhoek: maatregelen voor Lombardsijde, Schore, Mannekensvere

Bij een pluimveebedrijf in de Westhoek is vogelgriep vastgesteld. Het FAVV legt in een straal van 10km rond het bedrijf een bewakingszone aan. Lombardsijde, Mannekensvere en Schore behoren tot de bewakingszone. 

Daardoor worden er maatregelen van kracht in Middelkerke.

Het gemeentebestuur van Middelkerke volgt de situatie op de voet op.

Belangrijk

Aan alle inwoners wordt aangeraden de maatregelen van het FAVV op te volgen en de ophokplicht toe te passen.

Voor inwoners van Lombardsijde, Mannekensvere en Schore zijn de maatregelen verplicht.

Waar gelden de maatregelen?

Bekijk de beperkingszones

Maatregelen voor alle houders van pluimvee

  1. Alle pluimvee en hobbypluimvee, uitgezonderd loopvogels, moeten worden opgehokt of op zodanige wijze worden afgeschermd dat contact met wilde vogels wordt vermeden.
  2. Het voederen en het drenken van pluimvee, hobbypluimvee en andere gehouden vogels moet binnen gebeuren of op een zodanige wijze dat contact met wilde vogels onmogelijk is.
  3. Het is verboden om pluimvee, hobbypluimvee en andere gehouden vogels te drenken met water dat afkomstig is van oppervlaktewatervoorraden of regenwater waartoe wilde vogels toegang hebben, tenzij dat water werd behandeld om eventueel aanwezige virussen te inactiveren.
  4. Het is verboden om pluimvee, hobbypluimvee, andere gehouden vogels en broedeieren te verplaatsen in de bewakingszone.
    Dit verbod geldt niet voor de doorvoer door de zone over de hoofdwegen zonder dat er wordt halt ge-
    houden of gelost.
  5. De toegang tot alle hokken, gebouwen en terreinen waar pluimvee, hobbypluimvee en andere gehouden vogels worden gehouden, is verboden voor alle personen en materiaal die niet tot de inrichting behoren. De verantwoordelijke treft met het oog daarop alle noodzakelijke schikkingen.

    Dit verbod geldt niet voor:
    - het personeel dat nodig is voor de bedrijfsvoering;
    - de (bedrijfs)dierenarts
    - het personeel van het FAVV en de personen die in opdracht ervan werken
    - het personeel van andere bevoegde overheden en de personen die in opdracht ervan werken.

    Deze personen moeten bedrijfseigen laarzen en kledij of overkledij aantrekken voordat zij een plaats betreden waar vogels worden gehouden; zij moeten alle nodige voorzorgen nemen om verspreiding van het vogelgriepvirus te vermijden.
     
  6. Verzamelingen (bv. markten, beurzen, tentoonstellingen en prijskampen) van pluimvee, hobbypluimvee en andere gehouden vogels zijn verboden.
  7. Ziektekens van vogelgriep, een verhoogde sterfte of een duidelijke daling van de productie, van de voederopname of van de wateropname bij pluimvee, hobbypluimvee of andere gehouden vogels moeten ogenblikkelijk aan de LCE worden gemeld (contactgegevens: https://favv-afsca.be/nl/contact/lce).

 

Bijkomende maatregelen voor commerciële en geregistreerde inrichtingen

  1. Elke geregistreerde pluimveehouder maakt een inventaris op van het pluimvee, het hobbypluimvee en de andere gehouden vogels die hij houdt. Hij stuurt deze inventaris binnen de 24 uur naar zijn LCE (pri.xxx@favv-afsca.be, met xxx de afkorting van de betrokken LCE).
  2. De toegang tot pluimveebedrijven, broeierijen en pakstations is verboden voor alle personen en materiaal die niet tot de inrichting behoren. De verantwoordelijke treft met het oog daarop alle noodzakelijke schikkingen.

    Dit verbod geldt niet voor:
    - het personeel dat nodig is voor de bedrijfsvoering;
    - de bedrijfsdierenarts;
    - het personeel van het FAVV en de personen die in opdracht ervan werken;
    - het personeel van andere bevoegde overheden en de personen die in opdracht ervan werken.
    Deze personen moeten bedrijfseigen laarzen en kledij of overkledij aantrekken voordat zij een bedrijfsgebouw betreden en moeten alle nodige voorzorgen nemen om verspreiding van het vogelgriepvirus te vermijden.
  3. Elke persoon die een pluimveebedrijf, broeierij of pakstation binnengaat of verlaat, moet de gepaste
    bioveiligheidsmaatregelen in acht nemen.
  4. Alle voertuigen en ander materiaal, die een pluimveebedrijf, broeierij of pakstation verlaten, moeten worden gereinigd en met een gepast biocide worden ontsmet bij het verlaten van de inrichting.
  5. De verantwoordelijke van elke inrichting houdt een register bij van alle personen die de inrichting bezoeken.

    In dierentuinen en dierparken hoeft geen register te worden gehouden, mits de bezoekers geen toegang hebben tot de zones waar de vogels worden gehouden
  6. De afvoer van consumptie-eieren vanuit een pluimveebedrijf is verboden uitgezonderd het direct transport van eieren:
    - naar een door het FAVV toegelaten pakstation in België en op voorwaarde dat de eieren in wegwerpverpakking zijn verpakt en alle bioveiligheidsmaatregelen worden nageleefd, of 
    - naar een inrichting in België voor de bereiding van eiproducten overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II, sectie X, van bijlage III van de verordening (EG) nr. 853/2004, waar de eieren worden gehanteerd en behandeld in overeenstemming met hoofdstuk XI van bijlage II van de verordening (EG) nr. 852/2004.
  7. Kadavers mogen een inrichting enkel verlaten met bestemming Rendac of een door het FAVV aange-
    duid laboratorium.
  8. Mest, drijfmest en gebruikt strooisel van pluimvee mogen niet worden afgevoerd of uitgespreid.
  9. Op elk pluimveebedrijf is het volgende toezicht van toepassing:
  • De houder ontbiedt onmiddellijk zijn dierenarts telkens er gezondheidsproblemen of afwijkende productieparameters worden vastgesteld bij de aanwezige vogels.
  • Bij een sterfte van 10 of meer vogels in een stal of een compartiment, moet de dierenarts onmiddellijk en ongeacht de onderliggende oorzaak :
    - hetzij een sneltest uitvoeren op monsters genomen bij de gestorven vogels,
    - hetzij monsters voor een onderzoek naar vogelgriep insturen naar het laboratorium.
    De dierenarts meldt aansluitend op zijn onderzoek zijn bevindingen telefonisch aan de LCE en be-
    vestigt deze binnen de 12h na zijn bezoek per mail aan pri.wvl@favv -afsca.be .

Derogaties

Slachtpluimvee kan onder de voorwaarden opgenomen in de procedure 1663138 worden afgevoerd naar een slachthuis om logistiek te worden geslacht.

Broedeieren kunnen onder de voorwaarden opgenomen in de procedure 1663174 worden afgevoerd naar een broeierij om in gecontroleerde omstandigheden te worden uitgebroed.

Deze derogaties zijn onmiddellijk van toepassing voor de inrichtingen , die zich reeds in de zone Veurne - Alveringem bevonden. Voor de nieuwe toegevoegde bedrijven als gevolg van de uitbraak Poperinge gaan deze derogaties in vanaf 16.01.2026 , voor de nieuwe toegevoegde bedrijven als gevolg van de uitbraak Veurne 4 vanaf 19.01.2026 .

Toepassing

Deze instructie is voor onbepaalde duur van toepassing vanaf 16.01.2026 .
Ze vervangt de instructies 1845784 van 24.12.2025 , 1845785 van 31.12.2025 en 1849116 van 09.01.2026.