Kwaliteitsproblemen

Vlaamse Wooncode

Zowel de woninghuurwet als de Vlaamse Wooncode leggen minimale kwaliteitsnormen op voor woningen. Op technisch vlak lijken deze normen op elkaar. Een belangrijk verschil is dat de federale normen van de Woninghuurwet enkel bij aanvang van de huur gelden terwijl de gewestelijke normen in de Vlaamse Wooncode op ieder ogenblik van toepassing zijn.

Conformiteitsprocedure

Ben je huurder en maak je je zorgen over de kwaliteit van jouw huurwoning?Contacteer dan best zo snel mogelijk de eigenaar, eerst mondeling en indien dit geen gevolg heeft, schriftelijk en aangetekend. Wanneer de eigenaar dan nog altijd geen renovatiewerken uitvoert, neem je best contact op met de gemeentelijke dienst huisvesting. Het gemeentebestuur  zal dan bij je langskomen om een conformiteitsonderzoek uit te voeren. Opgelet ! De aanvraag voor een conformiteitsonderzoek moet schriftelijk gebeuren.   

Tijdens het conformiteitsonderzoek wordt de kwaliteit van de woning getoetst aan de Vlaamse Wooncode. Elk gebrek leidt tot een aantal strafpunten (1, 3, 9 of 15 strafpunten, afhankelijk van het soort gebrek). Een woning die minder dan 15 strafpunten scoort, is conform de Vlaamse Wooncode. In dit geval kan het gemeentebestuur geen verdere stappen ondernemen. Indien een woning minstens 15 strafpunten scoort, zal een procedure tot ongeschiktverklaring en/of onbewoonbaarverklaring opgestart worden. De verhuurder krijgt dan enige tijd om de werken uit te voeren. 

Indien de verhuurder de gebreken verhelpt, en de woning bij een hercontrole minder dan 15 strafpunten scoort, wordt de procedure stopgezet. Worden de gebreken echter niet voldoende opgelost, zal de burgemeester overgaan tot het nemen van een besluit Ongeschiktheid en/of Onbewoonbaarheid.

Gevolgen Besluit Burgemeester

Voor de verhuurder

Wanneer een woning ongeschikt en/of onbewoonbaar wordt verklaard, wordt de woning opgenomen in zowel de gemeentelijke als de gewestelijke Inventaris. Dit geeft aanleiding tot een onmiddellijke gemeentelijke verkrottingsheffing van minstens 1.500 euro en kan ook aanleiding geven tot een gewestelijke heffing.
 
Bij een ongeschiktverklaring mag de zittende huurder in de woning blijven wonen. Indien hij echter het pand verlaat, dan mag de verhuurder het pand slechts opnieuw verhuren nadat het besluit burgemeester werd opgeheven. Een besluit burgemeester kan pas worden opgeheven nadat een onderzoek heeft uitgewezen dat het pand opnieuw voldoet aan de minimale kwaliteitseisen. Indien hij toch overgaat toch herverhuring, dan is de verhuurder strafrechtelijk vervolgbaar.
 
Bij een onbewoonbaarverklaring dient de huurder pand tegen een vastgestelde datum te verlaten.

Voor de huurder

Ook voor de huurder heeft een besluit burgemeester soms gevolgen. Zo moet hij bij een onbewoonbaarverklaring van de woning het pand zo snel mogelijk te verlaten. Slechts uiterst zelden verkrijgt hij voorrang bij het toewijzen van een sociale woning. Onder bepaalde voorwaarden kan de huurder een beroep doen op een huursubsidie en installatiepremie als hij naar een conforme en voldoende ruime woning verhuist.

 

Schrijf u in op de nieuwsbrief van Gemeente Middelkerke